Algemene instellingen

Ik ga er van uit dat je de handleiding voor iTrain hebt en loop dus snel door de algemene instellingen heen.
Voordat je met het tekenen van je baanplan begint is het goed om deze in iTrain “goed” te zetten. Je vindt deze onder het menu-item “wijzig”.

Instellingen

Hiermee open je een venster waar je de instellingen van je modelbaan kunt vastleggen. Omdat iTrain intensief gebruik maakt van afstanden en snelheden is het een must om de juiste schaal in te voeren – in mijn geval dus schaal N 1:160.

Algemeen1

Ik zet zelf de vinkjes voor de opties en de treinopties aan zoals hierboven weergegeven. De optie “Zet magneetartikelen altijd” is vooral van belang als je de wissels ook handmatig – dus buiten iTrain om – zet. Op die manier wordt voorkomen dat een wisselstand die iTrain heeft opgeslagen afwijkt van de wisselstand die je met de hand hebt gezet.
De snelheden kun je naar eigen believen invullen – ik zet ze zelf altijd relatief laag, omdat ik voorbijrazende treinen niet mooi vind. Maar dat is een kwestie van smaak 😉

Interface.

Hier geef je aan welke interface (lees centrale) je gebruikt. In principe kun je aan de slag met de demo interface, maar als je al een centrale hebt kun je die hier meteen kiezen. Voor de DR5000 bijvoorbeeld zou dat Loconet worden.

Algemeen2

Bij het gebruik van meerdere interfaces kun je hier ook aangeven welke interface welke besturingselementen aanstuurt. In mijn geval zouden hier dus 2 interfaces worden gedefinieerd: de Loconet voor voertuigen, terugmelders en boosters en de OC32 voor magneetartikelen.

Voorkeuren.

Hier kun je de algemene programma voorkeuren aanpassen.  Onder schakelbord kun je overigens aangeven of je op het schakelbord in de besturingsmodus ook het grid wil zien. Voor de andere opties -> zie de handleiding.

Algemeen3

 


Terug

Volgende stap